De biologie van trouw

     Tot zover het leven van de prairiewoelmuis in het wild. Maar om de biologische achtergrond van dit bijzondere dierengedrag nader te onderzoeken, zijn experimenten in het laboratorium noodzakelijk. En die zijn ook ontwikkeld. Meestal bestaat de proefopstelling uit drie grote plexiglas dozen, die door een buis met elkaar zijn verbonden. In elk van de twee buitenste compartimenten bevindt zich een mannelijke woelmuis die aan een lang koord vastzit zodat hij vrijelijk kan bewegen, maar dat niet zo lang is dat hij via de buis in de andere compartimenten kan komen. De middelste ruimte is leeg. Voor het experiment wordt een vrouwtje in het middencompartiment gebracht, waarna dit diertje de twee mannetjes gaat besnuffelen. Een van de twee mannelijke diertjes is voor het vrouwtje een oude bekende: het is haar partner. Het behoeft geen uitleg dat het vrouwtje meteen haar partner opzoekt en vervolgens bij hem blijft. 

     Toch kan dit monogame gedrag verkeren, en wel door experimenteel de activiteit van één bepaald molecuul in de hersenen te veranderen. Het betreft de stof dopamine, die tot taak heeft signalen in de hersenen van de ene naar de andere zenuw over te dragen, en die bij verschillende hersenfuncties betrokken is. Zoals motivatie, motoriek en macht. En bij trouw. 

e-robin.nl

     Uit talloze studies blijkt dat dopamine een essentiële rol speelt bij de partnertrouw van de prairiewoelmuis. Wanneer een vrouwtje een stof toegediend krijgt die de activiteit van dopamine in de hersenen blokkeert, verandert het diertje van een monogame echtgenote in een promiscue vrijbuitster. In de hier-boven beschreven proefopstelling zal ze dan een geheel ander gedrag vertonen. Ze besnuffelt in eerste instantie net als anders eerst het ene en dan het andere mannetje, maar in plaats van voor haar partner te kiezen, deelt ze het – figuurlijke – bed met beide. De trouw die eerder, voor de blokkade van dopamine in haar hersenen, nog zo evident was is als bij toverslag verdwenen. 

     Dit effect van dopamine is specifiek gebonden aan een wel­omschreven gebied in de hersenen, het onderdeel waar beloningen worden geregistreerd, de eerder genoemde accumbens. Wanneer het dopamine blokkerende middel met behulp van een speciale techniek in dat deel van de hersenen wordt ingespoten, verdwijnt de voorkeur van het woelmuisvrouwtje voor haar partner; blokkade van dopamine in andere delen van de hersenen heeft hierop geen effect. Het omgekeerde is ook van toepassing: wanneer het vrouwtje een stof in de accumbens toegediend krijgt die de activiteit van dopamine juist verhoogt, is ze, bij wijze van spreken, niet meer bij haar partner weg te slaan. Trouw is bij de vrouwelijke prairiewoelmuis dus tot een enkel molecuul terug te brengen. En bij mannetjes? Wat dacht u? Niet anders, natuurlijk. 

     De opzet van het experiment bij de mannelijke woelmuis is het spiegelbeeld van dat bij hun vrouwelijke soortgenoten. Ook nu is er sprake van drie compartimenten, maar ditmaal is in de twee buitenste ruimtes een vrouwtje vastgemaakt en beweegt het mannetje zich vrijelijk rond. Ook in dit experiment heeft het mannetje zich al eerder uitgesproken voor een van de twee vrouwtjes. Wanneer het mannetje vervolgens in het middencompartiment wordt gebracht, zal hij normaal gesproken direct zijn partner opzoeken en er geslachtsgemeenschap mee hebben. Het andere vrouwtje krijgt nauwelijks aandacht van hem. Maar ook bij de mannetjes is dit gedrag in een handomdraai te keren, en wel middels het toedienen van hetzelfde stofje dat tot promiscuïteit bij zijn vrouwelijke soortgenoten leidde. Blokkade van dopamine in de accumbens leidt ook bij de man tot ontrouw. Conclusie: huwelijkse trouw zit tussen de oren, ook al zijn die nog zo klein. 

     Niet alleen is trouw gekoppeld aan de hoeveelheid van een enkel molecuul in het brein, het trouw zijn zelf verandert het brein. Wanneer de ontvangstplaatsen voor dopamine in de hersenen van mannelijke woelratjes met een vaste relatie worden vergeleken met die van hun soortgenoten die nog vrijgezel zijn, blijken duidelijke verschillen. De ‘getrouwde’ woelratmannetjes beschikken over veel mee dopaminereceptoren in de accumbens dan de ‘vrije’ mannetjes. Zou dit inderdaad te maken hebben met de echtelijke trouw die deze diertjes vertonen? Inderdaad blijkt het aantal dopaminereceptoren in de accumbens een stuk lager te zijn bij de aan de woelmuis verwante graslandwoelmuis (Microtus pennsylvanicus), die echter geen hoge huwelijksmoraal kent. Kortom, niet alleen of je trouw bent of niet wordt bepaald door dopamine, ook andersom is het geval: het hebben van een stabiele, trouwe, relatie verandert het dopaminesysteem in onze hersenen. Is dat (een) reden dat een stabiele relatie goed voor ons is, dat we er langer (en misschien wel gelukkiger) door leven? Een van de gevolgen van de veranderde staat van het dopaminesysteem is inderdaad aantoonbaar gezond: muizen met een vaste partner raken minder makkelijk verslaafd aan stoffen als amfetamine. De reden is dat zowel partnertrouw als amfetamine de dopamineactiviteit in de accumbens verhoogt. Met andere woorden: een (gelukkige) relatie maakt drugs overbodig.