Alcohol, onze hersenen en volwassenheid

Onze hersenen ontwikkelen zich voortdurend en de vorming van nieuwe zenuwcellen houdt even lang aan. Die celdelingen vinden in de hippocampus plaats en de reden is waarschijnlijk dat voor het aanleren van nieuwe informatie jonge cellen nodig zijn. Hoewel met het vorderen van de leeftijd de hippocampus krimpt (maar niet sneller dan de rest van ons brein, ongeveer 1 procent per jaar), blijft de productie van zenuwcellen gaande. Alcohol verhindert dat proces, zoals u gezien heeft, in de puberteit. Maar ook in de volwassenheid. Talloze studies in ratten hebben dat namelijk aangetoond, op dezelfde manier als de studies dat bij puberdieren hebben gedaan. 

e-robin.nl

     Ook in volwassen dieren blijkt dat schadelijke effecten niet alleen optreden na langdurig gebruik. Zelfs korte periodes van hevig drinken beschadigen de hersenen. Bij ratten is vier dagen genoeg: wanneer volwassen ratten zo lang (of kort zo u wilt) worden blootgesteld aan hoge doses alcohol sterven grote aantallen cellen in de hippocampus en nieuwe cellen worden niet gevormd. Het geheugen van dergelijke dieren en het vermogen nieuwe informatie tot zich te nemen is, net als bij de puberdieren, dan ook sterk verminderd. 

     Dat alcohol echt tot beschadiging van de hersenen leidt is ook op andere manieren aantoonbaar, en wel door de activiteit van bepaalde lichaamscellen te meten. Het gaat hierbij om de zogenaamde macrofagen, de ‘stofzuigers’ in ons lichaam die verantwoordelijk zijn voor het opruimen van afval ergelijk afval betreft meestal bacteriën, of dode cellen van het eigen lichaam. De activiteit van deze cellen is bij de mens nog niet gemeten. Wel is in ratten aangetoond dat de activiteit van deze macrofagen in de hersenen sterk is verhoogd wanneer ze aan alcohol blootgesteld zijn geweest. En deze schade wordt al gezien nadat alcohol slechts gedurende vier dagen is toegediend. Een concretere aanwijzing dat alcohol de hersenen beschadigt, is moeilijk te bedenken. 

     tot slot 

     Het is al meer dan een eeuw bekend dat hevig alcoholgebruik tot ernstige schade in de hersenen, en andere organen zoals de lever leidt. Het syndroom van Wernicke-Korsakoff met vrijwel volledig verlies van inprenting van nieuwe gebeurtenissen (vanwege enorme schade aan de hippocampus) en stoornissen in de beweging is in de negentiende eeuw beschreven. Veelal wordt echter gedacht dat een groot deel van deze afwijkingen louter te wijten zou zijn aan een gebrekkige voeding, met name het ontbreken van de B-vitamines. Dat is onjuist. In alle experimenten in dieren, ratten zowel als apen, was de toegediende hoeveelheid alcohol niet excessief en was de voeding adequaat. De schadelijke effecten van alcohol op de nieuwvorming van cellen in de hersenen, en met name in de hippocampus, treden ook op bij een goede voedingstoestand. Sterker, het zou een totale miskenning van het toxische effect van alcohol op onze hersen-cellen zijn, wanneer men veronderstelt dat een goede voeding de nadelige effecten van alcohol zou kunnen voorkomen. De schade van alcohol is pas goed te begrijpen wanneer we beseffen dat, zoals hierboven beschreven, dit molecuul een fundamenteel proces in de hersenen belemmert: de vorming van nieuwe cellen. 

     Alcohol belemmert de vorming van nieuwe zenuwen. En wel op twee verschillende manieren. In de eerste plaats remt het de deling van neurale stamcellen, de cellen die aan de basis staan van de vorming van zenuwen. Waarschijnlijk is dit een toxisch effect van de alcohol. Daarnaast overleven de bestaande cellen minder goed in de aanwezigheid van alcohol. Het eerste effect, dat op de nieuwvorming dus, is veruit het belangrijkst. 

     Deze effecten op de ontwikkeling en plasticiteit van de hersenen blijft niet zonder gevolgen: leren en onthouden van nieuwe informatie is aangetast en deze beperking blijft weken tot maanden na staken van het alcoholgebruik aanwezig. 

     Net zoals u zich niet in slaap kan sussen door te denken dat goede voeding de effecten van alcohol op het brein zal verzachten, is de schade evenmin louter een gevolg van langdurig of excessief gebruik. In tegendeel, opvallend is dat de hoeveelheid alcohol bij de geteste dieren vergelijkbaar is met matig alcoholgebruik bij de mens (zoals twee glazen alcohol per dag). Daarnaast blijkt schade in de hippocampus al op te treden na een enkele gift alcohol. 

     Kortom, hoewel we al eeuwenlang vermoeden dat alcohol slecht is voor ons brein, weten we nu niet alleen dat deze veronderstelling juist is, maar ook hoe het komt: alcohol belemmert de fundamentele flexibiliteit van onze hersenen. De gevolgen zijn om die reden enorm en niet alleen voor (de hersenen van) de persoon zelf. De schade aan het individu zijn hier voldoende beschreven, die voor de maatschappij zijn elders te lezen. Geboden en verboden zijn niet altijd makkelijk te vervullen. Maar hier heeft u in elk geval kunnen lezen wat de prijs is wanneer u dit gebod negeert. een gezond brein in een gezond lichaam 

     De oude Grieken wisten het al: geen gezonde geest zonder een gezond lichaam. Toch heeft het een paar duizend jaar geduurd totdat deze juiste veronderstelling ook echt wetenschappelijk bewezen werd: de eerste studie die aantoonde dat een goede lichamelijke conditie tot een betere functie van de hersenen leidt, stamt uit 1936. Daar werd gevonden dat jonge atleten een kortere reactietijd hebben dan hun minder goed getrainde leeftijdgenoten. 

     Sindsdien is consistent gebleken dat fysieke fitheid inderdaad bijdraagt aan een gezondere geest, althans de cognitieve prestaties verbetert. En dat betreft alle leeftijden. Bij jongeren bevordert lichamelijke fitheid de schoolprestaties, onafhankelijk van de toegepaste methode of techniek om de fitheid te verbeteren. Dit effect is gedurende de hele schoolperiode van toepassing en geldt kinderen van vier tot achttien jaar oud. Niet alleen verbeteren de prestaties op school, een betere lichamelijke conditie leidt bij jongeren zelfs tot een stijging van het totale iq. Bij ouderen is het niet anders. De resultaten van de talrijke studies van het effect van lichaamsoefening op de geestesvermogens van ouderen vertonen eenzelfde beeld: lichamelijke fitness bevordert ook bij de oudere mens de cognitieve prestaties. En dat terwijl de opzet van de studies, evenals die bij jongeren, in hoge mate uiteenloopt. Sommige onderzoekers pasten kortdurende trainingen toe van 15 tot 30 minuten per sessie, anderen gebruikten langere trainingsperiodes of combineerden kracht- en cardiovasculaire conditietraining. Ook de duur van de gehele trainingsperiode varieert bij de studies van enkele maanden tot meer dan een half jaar. Toch is het effect ver-bluffend eenduidig: ouderen die fysiek getraind hebben doen het vier keer beter in allerlei mentale tests dan hun leeftijdgenoten die niet aan fitnesstraining hebben deelgenomen (de controlegroepen). 

     Hoe werkt dat? Hoe leidt lichamelijke fitheid tot betere intellectuele prestaties bij kinderen, pubers en ouderen? Dat effect moet natuurlijk via de hersenen tot stand komen. Het antwoord is geleverd door studies in ratten en muizen. Want daaruit blijkt dat lichamelijke activiteit niet alleen de prestaties van de diertjes verbetert, maar ook tot een fitter en gezonder brein leidt.